
Elke krant, (online muziek)magazine en blog presenteerde zijn lezers de afgelopen dagen al een heus Pukkelpop verslag. Waarom dan nog de tijd nemen om door dit overzicht te cruisen? Onze grootste mentor en geliefde Dwarskijker Rudy Vandendaele (rv) noemde de schrijfstijl van dit hele zootje bij een eerste nalezing “gekunsteld” en “tout court slecht geschreven” en ons andere grote idool, de heer Serge Simonart (ss), beschuldigde ons bij het nalezen van “ego-tripperij” en “te veel seks-gerelateerde opmerkingen”.
We zullen er aan werken naar volgend jaar toe.
Wat er ook van moge waar zijn, onder de vorm van drie Pukkelpop verslagen waarin wij -gewaagd!- de drie Pukkelpop dagen overlopen zullen wij ons uiterste best doen om onze weldoordachte en immer kritische mening te geven over de optredens waar wij, nu eens van op de eerste rij, dan weer ergens zittend tussen de pizza korsten en stoofvlees met mayonaise, getuige van waren.
Want als er een sterkte is waar wij van mogen uitgaan is het de kritische geest die uit al deze besprekingen zou moeten blijken. De reacties van een welbepaalde artiest van Groep X en een crewlid van Groep Y waren dan ook navenant toen wij hen de eerste kritische schrijfsels over hun optreden onder de ogen duwden. Uit respect voor de nabestaanden brengen wij dan ook geen verslag uit over deze optredens.
Zeg niet dat we u niet gewaarschuwd hebben.
Toro Y Moi (4/5)

Chazwick Bundick verving rond 13u zijn goede vriend Ernest Greene van Washed Out, maar dat vonden we na 5 minuutjes al helemaal niet erg meer. Wij genoten vollop van de chillwave summertunes die wij op de achtergrond hoorden, ‘s morgens, rustig chillend op het zonnige strand genaamd ‘Chateau’.
Hoogtepunt:
Na het optreden zodanig chill zijn en gewoon blijven liggen tot Nosaj Thing.
(sonnie)
Die Antwoord (3,5/5)

Nadat Dietwin De Jodelaar ons aan de Petit Bazar al de betere Alpen folklore liet horen zo rond de middag was het tijd voor wat Zuid-Afrikaanse folklore ons gebracht door Ninja, Yo-Landi Vi$$er en Vuilgeboost (Hi-Tek kon er niet bij zijn, sorry!). De échte fans zijn natuurlijk al langer vertrouwd met deze namen maar zo kan u op café ook al eens woordje meepraten als het over toevallig over Die Antwoord gaat. Want, laat ons eerlijk zijn, als u de laatste maanden dit nummer niet heeft gehoord of bij uitbreiding dit clipje niet heeft gezien dan zat u waarschijnlijk even zonder internet of op bezinning in de abdij van Westvleteren. Dat Die Antwoord dus ook een ferm staaltje van viral marketing is mag dus reeds duidelijk zijn (zie ook de officiële website, hardly amateur work) maar wat met de musiek? Wij konden ons niet van de indruk ontdoen dat er wel nogal wat op tape stond (bijvoorbeeld tijdens ‘Enter The Ninja’) maar dat belette ons niet om volledig Zef Side-gewijs de dag in te bouncen op de bijwijlen extreem lekkere bass & beats. Bisschop Tutu approves!
Hoogtepunt:
Het collectief orgasme van de Dance Hall toen Yo-Landi Vi$$er aan haar (niet volledig originele) butterfly-rijmpje begon was een beetje vies, but there are worse ways to come.
(ahdeboys!)
Nosaj Thing (3,5/5)

“No…say thing? Nose-ay thing?” Geen zorgen, wij wisten ook niet hoe men Nosaj Thing in godsnaam uitspreekt. Pas toen de lieftallige Sofie Lemaire met het nodige enthousiasme (naar gewoonte) deze Amerikaanse Koreaan aankondigde wisten we dat we gauw moesten rechtspringen om onze ledematen te bewegen op de muziek van “No.Such.Thing” (Met vele “Aaaaaah!”-s, en “Zegt dat dan direct“s tot gevolg.)
Licht geïrriteerd door de verwarrende artiestennaam en door de bas die de plankenvloer waar we op lagen danig deed vibreren, was het optreden na nog geen twee minuten ver al bijna gedoemd om te mislukken. Professioneel als we zijn gaven we de man nog even de kans om zich te bewijzen en dat deed hij met verve, door middel van rustige beats en soundscapes waar zelfs Flying Lotus op jaloers mag zijn (Aquarium bijvoorbeeld). Het publiek stroomde rustig binnen en bleef geboeid luisteren zodat tegen het einde naar verluid het ‘Volzet’-bord moest worden bovengehaald.
Hoogtepunt:
De opheldering rond de juiste uitspraak van Nosaj Thing, dat spreekt.
(sonnie)
Broken Glass Heroes (3,5/5)

Toen wij ‘Let’s Not Fall Apart‘ voor het eerst hoorden hoopten wij stiekem op een Beach Boysiaanse plaat van de heren Vanhamel en Deweze. By the way: volgens onze schattingen moet onzen Timmy nú ongeveer Brian Wilson zijn voorbijgestoken in het spelletje “wie kan er het meeste geestverruimende middelen gebruiken voor zijn 40e”. Geen gemakkelijke opdracht voorwaar!
Maar het was niet all Beach Boys dat de klok sloeg die namiddag in de Club. Het was alsof Vanhamel en Deweze het aanwezige jonge volkje een klein uur lang wouden onderwijzen in ‘Amerikaanse popmuziek – 20e eeuw’, een jaarvak aan the school of rock, jongens en meisjes. Zo speelden ze nu eens een nummer dat refereerde aan de Beach Boys, dan weer een nummertje in de bluesrock sferen van de Stones om soms al eens terecht te komen bij de raw power van Iggy en zijn Stooges. Af en toe viel er zelfs een Hendrixiaanse gitaaruitspatting te horen zo tussendoor zo.
Diversiteit kunnen wij enkel aanmoedigen, en ook al leken niet alle nummers te kunnen tippen aan het ‘Let’s Not Fall Apart’-niveau, toch koesteren wij nog steeds goeie hoop dat we dat plaatje van hen met veel plezier zullen beluisteren binnenkort.
Hoogtepunt:
Bij gebrek aan enig ander aanknopingspunt (het was hun eerste optreden) ‘oh-oh-de’ iedereen lustig mee tijdens ‘Let’s Not Fall Apart’, geheel terecht overigens.
(ahdeboys!)
Caribou (3/5)

Wetende dat we reeds tien minuten te laat waren door die vermaledijde Broken Glass Heroes spurtten we snel van de Club richting Chateau om uiteindelijk voor gesloten ehm poorten te staan. Gelukkig zag de security in dat de Chateau ‘vol’ zat omdat de helft van het volk daar neerlag (wij pleiten onschuldig!) en konden we toch snel naar binnen.
Daar besloten we dan toch maar de kleine tentopening aan de zijkant te gaan opzoeken om te luisteren naar de eigenlijk in onze ogen soms wat eentonige electronica van de laatste album. Wij hadden ook graag nog eens wat ouder werk gehoord zoals ‘Melody Day’ maar het mocht niet zijn: erdoor maar zonder onderscheiding.
Hoogtepunt:
Sun…sun…sun…sun…sun…sun…sun…sun…sun…sun…sun…
(sonnie)
Serj Tankian (3,5/5)

Normaal gezien is dit niet het soort muziek die onze aandacht zou trekken, maar heel soms kunnen wij al eens genieten van catchy riffs, perfect getimede drumsalvo’s en de dramatische stem van Serj “goatee” Tankian (ook wel bekend als de frontzanger van System of a Down). Spijtig genoeg bracht hij niet het volledige Auckland Philharmonia Orchestra mee en moesten we het dan maar doen met een redelijk basic begeleidingsbandje bestaande uit een 5-tal strijkers.
Pukkelpop was in niet grote getalen afgezakt naar de Main Stage, maar de harde kern was aanwezig en kende verbazingwekkend goed de lyrics die de Serj soms sneller dan een Uzi op ons afvuurde. De snelle tempowisselingen zorgden ervoor dat de Armeniër nooit veel nodig hadom dit optreden boeiend te houden, maar wij moesten alweer voor het einde snel snel naar Two Door Cinema Club vertrekken!
Hoogtepunt:
Uit ‘Empty Walls‘ kan zelfs Matthew Bellamy nog een lesje “how to make it even more bombastic” leren.
(sonnie)
Two Door Cinema Club (4/5)

Van de lichte ingetogenheid die hier en daar nog te bespeuren viel alt op het debuutalbum was op het podium niets te merken. De energie die deze Kitsuné wonderboys op het publiek loslaten zorgde ervoor dat de hele club meteen aan het dansen sloeg. Iedereen had duidelijk ook al goed gestudeerd (herexamenmodus?) op hun debuutalbum ‘Tourist History’ zodat we met z’n allen ook alles luidkeels konden meebrullen/lallen/zingen.
Hoogtepunt:
Tijdens ‘I Can Talk‘ net niet de La Roux-toestanden van vorig jaar tijdens ‘Bulletproof‘ evenaren. Deze keer kon het publiek zanger Alex Trimble net niet overstemmen, vorig jaar kon je de stem van Elly Jackson bij het refrein eigenlijk niet meer horen. Volgend jaar de traditie verderzetten tijdens de ‘Club-topper’ van 2011?
(sonnie)
The Drums (3/5)

In 2009 werd menig blogger aangenaam verrast door de ‘Summertime EP’ van The Drums, een extended play die het emotionele gitaargepingel en de dramatiek van bands als The Smiths en The Cure combineerde met het nodige oog voor de betere melodie. Hoogtepunten: ‘Let’s Go Surfing‘, ‘I Felt Stupid‘, ‘Submarine‘ en ‘Don’t Be A Jerk Jonny‘.
In 2010 stonden The Drums helemaal aan de rand van de grote doorbraak: ze werden opgenomen in de Sound Of 2010 lijst van de BBC en een aantal weken later begon ‘Let’s Go Surfing ‘ook bij ons de ether te veroveren. The keys to succes bleken de juiste zijn.
Maar wat gaf dat nu op de wei van Pukkelpop? Ondertussen hadden de jongens ook al een 1e album onder de arm dat begin juni was uitgekomen, een album waar wij hoop en al 3 keer naar geluisterd hebben. En plots begrepen wij ook waarom: The Drums hebben een aantal uiterst aangename songs, maar ook een aantal volstrekt irritante nummers. Het was dan ook tekenend dat een paar nummers na Let’s Go Surfing zanger Jonathan Pierce (de Amerikaanse Bent Van Looy, of is het omgekeerd?) het publiek dat was blijven staan bedankte omdat ze niet waren weggelopen. Wij kunnen ons voorstellen dat charismatische frontmannen als Morrissey en Robert Cure het ook niet altijd onder de markt hadden toe ze nog niet konden puttten uit een catalogus van 30 topnummers, maar toch, wat meer variatie tussen de nummers is misschien wel nodig.
Wij geloven dus nog steeds in deze jongens, zolang ze maar noest blijven schrijven en schrappen. Al waren wij wel serieus op onze tenen getrapt omdat ze ‘I Felt Stupid‘ niet speelden.
Hoogtepunt:
‘Submarine‘, een van onze favorietjes, dat zoals de betere strandbal tijdens een Marquee optreden eerst alle kanten leek uit te gaan, om uiteindelijk toch goed terecht te komen.
(ahdeboys!)
The National (4,5/5)

Laat ons meteen beginnen met een kleine mededeling: wij zijn geen (super)fans van The National, in tegenstelling tot velen van onze muziekliefhebbende vrienden. Hoe komt dat precies? Sinds onze jeugdliefde Muse -lap daar gaat de street credibility- de ene stinker na de andere uitbrengt, hebben wij het ‘onvoorwaardelijk-geloven-in-bands’ eigenlijk opgegeven. Nochtans, de laatste jaren luisterden wij met de nodige aandacht en bewondering naar plaatjes als Alligator en Boxer en werden vaak volledig meegesleept in de wereld van frontman Matt Berninger. Hetzelfde proces deed zich ook voor bij hun laatste meesterwerkje, ‘High Violet’, dat wij al eens durven beluisteren voor het slapengaan met de headphones on. Diep vanbinnen zit nog een zekere teenage angst in ons ja.
Op de Main Stage van Pukkelpop zagen wij tot ons groot plezier dan ook een band aan het werk die én de songs én de maturiteit heeft om zelfs een publiek te boeien waarvan de helft waarschijnlijk met moeite 1 nummer bij naam kan noemen. Welke zatlap werd niet spontaan stil van wereldnummers als ‘Slow Show’ of ‘Fake Empire’ of op zijn minst toch wakker geschud door de wei-omvattende bariton van Matt Berninger tijdens ‘Bloodbuzz Ohio‘ of ‘Abel‘? The National herinnerde het Pukkelpop publiek die zaterdagavond aan een alomgekende uitspraak van onze favoriete Roman emperor Jules César toen hij weer eens een verpletterende overwinning had behaald ergens ten lande.
The National kwam, zag en overwon de Main Stage, een terrein waar wij hen op voorhand nochtans geen zekere overwinning hadden voorspeld. Volgende afspraak: 21 november in de AB, u zal ons herkennen aan het The National t-shirt, polsbandje, petje en bijhorende The National-parfum.
PS: Dat halve puntje verwijderd van de perfectie (4,5 ipv 5 op 5) is volledig te wijten aan het feit dat wij The National graag eens helemaal exclusief en in de intimiteit van onze living aan het werk zouden willen zien, met the guest room als waardig alternatief.
Hoogtepunt:
Afsluiter ‘Terrible Love‘ kon ons live zo mogelijk nog meer overtuigen dan op plaat en kan dus blijkbaar evengoed ingezet worden vooraan als achteraan, een dusdanige polyvalentie die door menig toptrainer eveneens op luid gejuich zou onthaald worden.
Queens Of The Stone Age (4/5)

Laat ons eerst een paar dingen afspreken: já, elke man wil Josh Homme zijn , en elke vrouw die zaterdagavond naar het optreden van de Queens stond te kijken wil Josh Homme, dat is ondertussen duidelijk. Voor het overige mag men nu echt wel eens stoppen om te pas en te onpas het woord ‘seks’ bij een optreden van deze bende te gebruiken.
Als wij Queens Of The Stone Age horen dan hebben wij zin om onze stoerste homies bij elkaar te roepen en dan wat keet te gaan schoppen bij Café Jeanine (5 cent te weinig betalen voor een pintje, onze papieren zakdoekskes zomaar op de grond smijten, onze voeten niet vegen voor wij binnengaan: u kent dat wel) en als we tegen een uur of 1u ‘s nachts vertrekken iedereen die wij op straat tegenkomen onze kwaadste blik toewerpen. Er is ook een flinke portie testosteron mee gemoeid, maar wij krijgen vooralsnog geen hard-on van de loeiharde ongecompromiteerde stonerrock waar Josh Homme en de zijnen zich het voorbije decennium in gespecialiseerd hebben. Liever debiteren wij gewoon -de blik op oneindig- de lyrics van ‘Feel Good Hit Of The Summer‘, ‘Little Sister‘ of ‘The Lost Art Of Keeping A Secret‘ mee. Josh Homme verkocht ons eerst een serieuze rechtse (‘Feel Good Hit Of The Summer’) om op het einde dan ook nog eens zijn beste linkse (‘Song For The Dead‘) op ons uit te testen. Wij bleven volledig K.O. liggen en kregen dan ook pas een puur later -en met de nodige moeite- over onze lippen dat wij vonden dat er misschien een nummertje te veel uit die laatste (Era Vulgaris) werd gespeeld.
Hoogtepunt:
Het hilarische spektakel dat zich ontwikkelde toen Homme zijn fles korten deelde met de eerste rijen. Wij kunnen ons niet voorstellen dat er voor het flesje plat water van Brian Molko of Gary Lightbody zo zou worden gevochten.
(ahdeboys!)
Jónsi (5/5)

We kregen op Pukkelpop spijtig genoeg slechts een light-versie te zien van de live-show die Jónsi normaal brengt (volledige show trouwens nog eens op 21 november in het Koninklijk Circus in Brussel), maar wie dicht genoeg stond en de vele kronkelingen van de heer Þór Birgisson van dichtbij meemaakte zag dat hij het allemaal even hard meende als we verwacht hadden.
Het concert begon ingetogen met ‘Tornado‘ en ‘Kolnidur‘ om dan plots een versnelling of 5 hoger te schakelen met Go Do en Animal Arithmetic. Jónsi zette de deur naar zijn wondere fantasiewereld helemaal open en het publiek stapte gewillig -zonder drummen- naar binnen om een uurtje later een beetje verdwaasd naar de echte wereld terug te keren. Dat bij een bepaald concert in Japan het publiek uit respect niet applaudiseerde tussen de nummers zegt genoeg. In Kiewit werd op onze Westerse wijze met evenveel respect elk nummer onthaald met een korte maar krachtige golf van applaus.
Eén ding weten we zeker: Jónsi kan ons krijgen en misschien is het zelfs wederzijds , hij zat namelijk de hele tijd vervaarlijk naar ons te loensen. We houden u op de hoogte over verdere ontwikkelingen.
Hoogtepunten:
‘Kolnidur‘ dat live zo schoon was dat er vlak rond ons twee meisjes het gewoon op een huilen begonnen te zetten. En wij hadden het gevoel dat de rest van het publiek (en Jónsi zelf) er ook niet ver van zaten. (“mietjes!”) Tweede hoogtepunt op het einde van de set: de fantastisch langgerekte versie van ‘Grow Till Tall’ die maar hoger bleef klimmen naar een climax tot Jónsi iedereen eindelijk op adem liet komen en zichtbaar ontroerd het podium verliet.
(sonnie)
Yeasayer (4/5)

We zeiden het al in de allereerste bespreking van deze Pukkelpop editie over het optreden van Bear In Heaven: Brooklyn equals succes, of zo lijkt het althans. Beter zouden we echter spreken van een uitermate positieve creatieve kruisbestuiving waardoor de bands daar (MGMT, Vampire Weekend, LCD Soundsystem, Grizzly Bear en dus ook Yeasayer) elkaar niet alleen beïnvloeden op muzikaal vlak maar ook voor een soort competitieve sfeer zorgen (die zij natuurlijk allemaal zullen ontkennen) waarbij iedereen natuurlijk ‘de plaat van het jaar’ wil uitbrengen. ‘Odd Blood’ werd begin dit jaar over het algemeen positief onthaald maar nergens hoorden wij het magische woord eindejaarslijstje vallen, zoals dat wel het geval was bij stadsgenoten Vampire Weekend of LCD Soundsystem. Onterecht zo blijkt nu, want ok het is allemaal nog wat poppier dan op ‘All Hour Cymbals’ (dat meer richting wereldmuziek op zijn Westers ging), maar wie kan het wat schelen als we daarvoor nummers als ‘Ambling Alp‘, ‘O.N.E.’ en ‘Madder Red‘ in de plaats krijgen? Yeasayer was een meer dan terechte afsluiter van de Club die avond én het ultieme bewijs dat er in de Club vaak kwaliteitsvollere groepjes stonden dan sommige tenenkrullende acts op de nabijgelegen Main Stage.
Hoogtepunt:
“Hold me like before, hold me like you used to, control me like you used to“. Het betere mantra, u gebracht door Yeasayer.
2manydjs (4/5)

De broers Dewaele waren nog maar net droog na hun zweterige Soulwax set eerder die avond in de Dance Hall toen ze het podium van de Main Stage op mochten om Pukkelpop af te sluiten. De koningen van de mashup begonnen hun set met de nodige show toen Stephen het podium kwam op gewandeld met een transistor radio en alle posten afging tot hij bij Studio Brussel uitkwam en David en het meteen daarna op een mixen zette.
Achter de broers werd handig de platenhoes van het huidige nummer geprojecteerd met af en toe toffe animaties en overgangen naar de volgende track. Klassiekers als het eeuwige ‘Kernkraft 400′ of nieuwe electrohitjes zoals ‘Pacha On Acid‘ (of was het ‘Teasing Mr. Charlie‘? Ah nee, toch niet.), tot zelfs AC/DC kregen het publiek vlot aan het dansen. De korte loops en mini-mashups die de Dewaeles er om de haverklap per se in willen steken vonden wij echter meestal gewoon irritant en de rest van het publiek leek op bepaalde momenten ook een beetje in de war: “moeten we nu beginnen dansen of gewoon kijken?”. Misschien toch wat zuiniger mee omspringen, beste Stephen en David (die ongetwijfeld meelezen)?
Hoogtepunt:
Naar onze bescheiden schatting een half miljard witte briefjes die als finale de lucht in geschoten worden met op de achtergrond ‘Love will tear us apart’ van Joy Division en dus natuurlijk ook Ian Curtis. Een subtiele hommage aan de overleden Charles Haddon?
De Verrassing

Na de ‘verrassing’ van vorig jaar (Them Crooked Vultures, luisteren er daar nu nog mensen naar by the way?) hoopte bijna iedereen dat het dit jaar naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van Pukkelpop weer van dattum zou zijn.
Een tour date op de Myspace van Gorillaz (21 Aug – Pukkelpop, Belgium) was genoeg om de geruchtenmolen op gang te brengen en de aankondiging van de minzame Chokri op StuBru dat iedereen na 2 Many DJ’s nog even moest blijven staan zorgde er voor dat de hele wei vol verwachting bleef staan nadat de broertjes Dewaele uitgedraaid waren. Wat volgde was -al dan niet in de juiste volgorde, het is ondertussen al even geleden-: Luc Janssen die het podium opkomt en ons ‘Happy Birthday’ laat zingen, de twee gigantische kaarsen links en rechts van het podium die worden ‘omstoken’, en van alle kanten barst er vuurwerk los en op de tonen van Wagner terwijl wij een overzicht krijgen van de Pukkelop affiches door de jaren heen. Dat Gorillaz niet zouden komen hadden wij al langer begrepen, maar dit was toch wel een heel flauw beestje. “Fopri’ stuurde een vriend ons in een SMS na het optreden, en ook al had de brave man ons nooit iets spectaculair beloofd, toch vonden wij dit een passende nickname na het slotspektakel dat met moeite de pseudo-kunstzinnige dansact van de andere jaren overtrof.
Conclusie dag 3:
Op dag 3 sloeg de luiheid compleet toe waardoor wij te lui waren om Cymbal Eat Guitars, The Low Anthem of Broken Bells te gaan bekijken nadat we op dag 2 zo ook al The Tallest Man On Earth misten. Gelukkig kregen we tijdens de zorgvuldig uitgekozen optredens meestal waar voor ons geld waardoor wij -we blijven het herhalen- die licht teleurstellende 1e dag volledig konden doorspoelen.
Tot zover het eerste Mooggle verslag over Pukkelpop, en met een beetje geluk en de nodige wilskracht brengen wij u, de trouwe lezer, volgend jaar een nóg completer en fancier Pukkelpop verslag, we staan overigens altijd open voor suggesties.
Maar om nog even op deze feesteditie terug te komen: het was geen Grand Cru jaar. Waarschijnlijk denken de vele eet -en drankstandjes op de wei en Chokri daar anders over, maar wij zijn al meer van onze sokken geblazen tijdens de jaarlijkse driedaagse in het verre Limburg. Als wij de affiche zo nog eens bekijken dan zien we een zéér diverse affiche waar elke jongere en iets oudere muziekliefhebber zich in kan vinden, een van de grootste verdienstes en ook een van de sterktes van Pukkelpop.
Waar wij ons echter een beetje zorgen over maken zijn die headliners. Blink 182 en Limp Bizkit waren leuk jeugdsentiment maar laat er ons aub geen traditie van maken, want veel meer dan a trip down memory lane hebben deze bands ook niet te bieden. Verder vermoeden wij ook dat namen als Seasick Steve, Placebo, Eels, Snow Patrol, 2 Many DJ’s ondertussen al bij het begin van het jaar Pukkelpop aankruisen op hun agenda, zodanig evident lijkt de aanwezigheid van sommige van deze namen op de affiche. Geen slechte acts, daar niet van, maar we kregen bij deze editie voor het eerst het gevoel dat de affiche werd samengesteld door een zeer gewiekst team van marketeers en andere business managers, die tot de conclusie kwamen dat een zware investering om een echte topnaam aan te trekken niet nodig was (zie ook de ietwat teleurstellende ‘verrassing’), zolang er maar voor elk wat wils was. Nu kan u nog steeds zeggen, “maar dat is toch juist goed?”, maar laat het ons zo zeggen: wij zagen liever wat meer groepen van het kaliber Queens Of The Stone Age of The National op de Main Stage, dan bands als Blink 182, Limp Bizkit, The Kooks die allemaal wel leuke deuntjes kunnen brengen, maar bewaarlijk van enige muzikale relevantie kunnen beschuldigd worden.
Als Pukkelpop zijn status als alternatief festival bij uitstek wil behouden dan zou het misschien geen slecht idee zijn om volgend jaar eens na te denken over de kwaliteit van sommige Main Stage acts. Zo niet zal Pukkelpop wel elk jaar blijven uitverkopen, maar wordt het voor de liefhebber van de betere alternatieve muziek (onze excuses voor de zware woorden) steeds vanzelfsprekender om die vijf à tien bandjes die hem of haar écht aanspreken rustig te gaan bekijken in zaal als de interessante headliners uitblijven, en dat is jammer. Voor 150 euro want zoveel kost een ticket tegenwoordig(en dan heeft u nog niet gegeten of gedronken) kan je al gauw een 10-tal optredens gaan kijken van jouw favoriete hippe groepje, maar dan wel in een intiemere setting, en vooral dan met een -hopelijk- betere geluidsmix.
Wij gingen dit jaar naar Pukkelpop omdat het ondertussen de macht der gewoonte is om jaarlijks richting Kiewit te trekken, en zagen een aantal zeer schone en leuke optredens, maar we kunnen naar volgend jaar toe alleen maar hopen dat we opnieuw vol verwachting zullen aftellen naar deze jaarlijkse, 3-daagse hoogmis.
En zien dat we er op tijd bij zijn om nog een ticket te bemachtigen natuurlijk.
(ahdeboys!)